Articles for the Month of januari 2012

Traktatie afscheid groep 3

Vandaag neem ik afscheid van groep 3. Natuurlijk wil ik de kinderen iets lekkers geven. Ik heb sneeuwpoppetjes gemaakt van snoep. De sneeuwpoppetjes bestaan uit:

- Marshmallows (gezicht en buikje)

- Kleurendrop (ogen, neus en knoopjes)

- Dropveter rol (hoedje)

- Gummy bol (hoedje)

Dit alles is geprikt op een sateprikker.

De sneeuwpoppetjes zijn per stuk ingepakt in folie en aan elke traktatie hangt een kaartje met een persoonlijke tekst voor elk kind. Een heel werk, maar met super hulp van mama hebben wij dit in een avond gemaakt. Ik ben enthousiast, ik hoop de kinderen ook!


Veilig en vlot

Het oefenen met veilig en vlot is in groep 3 heel belangrijk. Kinderen hebben hier vaak niet zoveel zin in. Om het lezen van deze veilig en vlot boekjes een beetje leuker en uitdagender te maken kun je werken met tweetal – lezen.

Je laat de kinderen in tweetallen de veilig en vlot boekjes lezen. Een kind van het tweetal wijst een rijtje woorden aan en het andere kind leest het voor. Het kind dat de woordjes aanwijst kan het kind dat leest verbeteren wanneer dat nodig is. Na een rijtje lezen wisselen de kinderen om. Het werken in tweetallen duurt meestal 10 tot 15 minutjes. Wanneer de kinderen goed gewerkt hebben kunnen ze per keer een sterretje verdienen. Bij vijf sterretjes mag het tweetal een 5-minuten spelletje voor de hele klas bedenken, dit spelletje spelen we meestal aan het eind van de ochtend of middag. Je hebt meestal toch wel een aantal minuutjes over op een dag. Een 5-minuten spelletje kan bijvoorbeeld zijn: ik zie ik zie wat jij niet ziet, dirigent of een spelletje op het digibord. De kinderen werken echt voor de sterretjes en ze kunnen zelfs na een tijdje aangeven of ze wel of geen sterretje verdienen na het lezen.

Let hierbij wel op dat je de tweetallen voldoende wisselt. Tweetallen kun je willekeurig samenstellen of zet eens een goede lezer bij een mindere goede lezer. De goede lezer kan de minder goede lezer helpen in zijn of haar leesontwikkeling.

Beloningskaart

In mijn klas werk ik soms met een beloningskaart. Ik werk met deze kaart om bijvoorbeeld het gedrag of de werkhouding van een kind te verbeteren.

De beloningskaart is opgedeeld in dagen. Deze dagen zijn weer opgedeeld in 2 of 3 momenten (woensdag en vrijdag hebben ze korter school, dus dan zijn er ook minder momenten.)

Deze momenten zijn: na de kleine pauze, na de grote pauze en aan het einde van de dag. Elke keer kan het kind een smiley verdienen. Door met smileys te werken ziet het kind hopelijk zijn of haar vooruitgang. Aan het einde van de dag kan ik ook nog een kleine opmerking schrijven in het vakje naast de smileys.

Bovenaan de beloningskaart schrijft het kind of ik waar het kind een week lang aan wilt werken. Samen met de ouders is besproken waarom deze kaart inzet wordt en aan het einde van elke week gaat de kaart mee naar huis. Wanneer er veel (vooraf bespreken hoeveel) lachende smileys op de kaart staan mag het kind een klein spelletje voor zichzelf of voor de hele klas uitkiezen.

Ik merk dat het werken met deze beloningskaart vaak heel positief uitpakt. Kinderen geven zelfs vaak aan dat ze na een tijdje de kaart niet meer nodig hebben.

Beloningskaart

 

Boekenkring

Doel: Kinderen laten ervaren om voor een klas een presentatie te geven. Interactie wil ik creëren door de kinderen met elkaar over het boek te laten praten.  De kinderen geven opmerkingen / complimenten aan het kind van de boekenkring.

 Hoe werkt een boekenkring?  Het kind gaat in de kring iets vertellen over zijn of haar boek. Het kind kiest vooraf het boek.

Wat moet je doen in jouw boekenkring:

-       Je laat ons het boek zien en je vertelt hoe het heet.

-       Je vertelt wie de schrijver / schrijfster is.

-       Je vertelt iets over de personen in het boek.

-       Je vertelt iets over wat er gebeurt in het verhaal.

-       Lees een stukje voor ( 1 à 2 minuten  è echt niet meer).

-       Vertel ons waarom jij vindt dat wij het boek moeten lezen.

-       Als laatste mogen een aantal  kinderen en de juf een opmerking maken over jouw boekenkring.

Dit zou je er ook bij kunnen doen:

-       Je vertelt iets over de schrijver/schrijfster.

-       Je noemt andere boeken van de schrijver/schrijfster.

-       Je vertelt iets over de voorkant van het boek.
(wat staat erop getekend, wie zijn het, heeft de tekening met het verhaal te maken).

-       Laat een plaatje zien en vertel waar het over gaat.

Waar moet je op letten:

-       Probeer goed de groep in te kijken als je vertelt

-       Bij het voorlezen zoek je een stukje uit dat jij leuk, grappig, spannend of heel bijzonder vindt. Zorg dat het stukje niet te lang is (1 á  2 minuten)
Het is de bedoeling dat je dit voorlezen thuis een aantal keren oefent. Let erop dat je rustig en duidelijk spreekt.

-       Het is vooral een vertel boekenkring en geen voorleesboekenkring. Het lekker over je boek vertellen is het allerbelangrijkst.

boekenkring evaluatieformulier

 

Boekenkring spiekbriefje