Thuisonderwijs: begrijpend lezen – Corona is verdrietig

Via de facebook pagina tijdelijk thuisonderwijs ben ik een verhaal tegen gekomen rondom het onderwerp corona, geschreven door Nanique Gauw.  Ik heb hierbij 10 verschillende vragen bedacht, zodat de kinderen kunnen laten zien wat ze hebben begrepen van het verhaal.

corona-4931132_1280

Tien vragen bij de tekst:
‘Corona is verdrietig.’

1. Waar is Corona op vakantie geweest?
2. Met wie is Corona op vakantie geweest?
3. Wat heeft Corona allemaal op vakantie gedaan?
4. Welke ziekte verschijnselen heeft papa? Noem er drie.
5. Hoeveel meter afstand moet er zijn tussen personen?
6. Wie worden er na papa ziek? Noem er twee.
7. Mag Corona nog naar school?
8. Wat stuurt Corona naar haar vriendjes en vriendinnetjes?
9. Waar moet iedereen goed naar luisteren?
10. Wie wilt Corona graag weer kunnen bezoeken?

In het bestand vind je het verhaal en de vragen.

 

Boekenkring – thuisonderwijs

boekenkring

Op school maken wij gebruik van de leesmethodiek LIST lezen, Lezen is Top. Hierbij is er drie keer in de week een boekenkring / boekenbabbel. Het wordt ook wel een mini leesles genoemd.

Het doel van een mini leesles is boekpromotie van verschillende genres, ontdekken van de structuur in fictie-boeken, voordoen hoe je informatieboeken kunt gebruiken en bovenal het vergroten van de leesmotivatie. De mini leesles wordt ook wel een boekenbabbel genoemd. Na het lezen kom je terug op de leesvraag die tijdens de mini leesles gesteld is. Dit activeert alle leerlingen om na te denken over hun boek.

Omdat dit nu niet door kan gaan heb ik het volgende bedacht.

boekenkring

 

 

 

 

 

 

 

 

Thuisopdracht Boekenkring

Omdat we nu geen LIST lezen hebben op school en dus geen boekenkring, maken jullie zelf een boekenkring filmpje en plaatsen jullie deze in jullie portfolio op classdojo.

Wat moet je vertellen in het filmpje?

1. In de inleiding stel je snel jezelf en het boek voor.

2. In het tweede deel vertel je over de buitenkant van het boek.
De kaft, wie is de auteur, informatie over de auteur, de uitgeverij, de illustraties, de tekening op de kaft.

3. Dit deel moet het meest overtuigend zijn. In een korte tekst vertel je:

  • Wat voor soort boek dit is (spannend, grappig…),
  • Komt het boek uit een serie?
  • Wie zijn de hoofdpersonen?
  • Hoe de (hoofd)personen elkaar kennen.
  • Waar en wanneer het verhaal zich afspeelt.
  • Je vertelt de korte inhoud van je boek (zonder het einde te verklappen).

    Dit stuk moet ons overtuigen om jouw boek te lezen. Probeer op een zo boeiend mogelijke manier het verhaal te vertellen, zonder dat je te veel vertelt. Als je het einde van het boek al weet, dan zal je het niet meer lezen. Je moet het zo vertellen dat iedereen eigenlijk het vervolg wil weten, maar dit enkel kan te weten komen door het boek te lezen.

    4. Doe een laatste poging om je klasgenoten te overtuigen. Jouw mening is hier van belang. Waarom koos jij het boek? Waarom moeten ze het zeker lezen? Dit is je laatste verkooppraatje.

Tip: Schrijf je tekst uit, laat deze nakijken en leer het daarna uit je hoofd. Dit laatste is erg belangrijk. Het is de bedoeling dat je je verhaal vertelt en niet voorleest.

Download hier de uitleg in .pdf Boekenkring

Sterke rekenaars in het basisonderwijs

9200000076273528

Sterke rekenaars, iedereen heeft er in zijn klas wel mee te maken. Kinderen die meer uitdaging nodig hebben, maar hoe bied je deze op de juiste manier?

9200000076273528

Het boek sterke rekenaars in het basisonderwijs geeft hier voor mooie voorbeelden die je kunt gebruiken om ook sterke rekenaars het juiste te bieden waar ze recht op hebben. Vaak wordt namelijk gedacht dat deze leerlingen geen of nauwelijks instructie nodig hebben. Er wordt wel eens gezegd; “Ze komen er vanzelf wel”. Daarmee laten we echter hun kwaliteiten onbenut en benadelen we de sterke rekenaars zelf.

 

 

 

 

Het boek Sterke rekenaars bestaat uit tien verschillende hoofdstukken waar de volgende thema’s aan bod komen:

  • Typen sterke rekenaars;
  • Signaleren van sterke rekenaars;
  • De houding van de leerkracht;
  • Motivatie van sterke rekenaars.

In elk hoofdstuk staan veel praktijkvoorbeelden, ook zijn er veel ideeën die je zelf zo kunt inzetten in je eigen rekenlessen.

Een aantal voorbeelden die ik graag wil delen:
- Bij de start van de rekenles zijn niet alleen gewone lesdoelen van belang, maar speciale pluslesdoelen maken dat de sterke rekenaar rekenonderwijs ook uitdagend gaat vinden.

- Ook is de ontwikkeling van executieve functies belangrijk bij sterke rekenaars. Het kan zijn dat sterke rekenaars wat betreft de rekenkundige ontwikkeling veel verder zijn dan in de ontwikkeling wat betreft executieve functies. Hier moet je dan zeker ook aandacht aan besteden.

- Sterke rekenaars moeten aan de slag worden gezet met denkactiviteiten. Dit zijn activiteiten die een beroep doen op het wiskundig denken van leerlingen. De taxonomie van Bloom biedt een mooi kader voor het formuleren van denkactiviteiten. Bijvoorbeeld denkactiviteit onthouden, hierbij horen rekenvragen die beginnen met wat en beschrijven hoe. Je kunt hierbij denken aan het maken van een quiz. De volledige tabel volgens Bloom is opgenomen als bijlage in het boek.

Of ik dit boek aanraad om zelf ook te gaan gebruiken? Ja! Waarom? Omdat ik dit boek vooral heel goed gericht vind op de praktijk. Aan het eind van elk hoofdstuk is er steeds iets wat je zo kunt inzetten in de klas. Bijvoorbeeld een signaleringsintrument voor de verschillende typen rekenaars of een instrument waarin staat hoe je als leerkracht activiteiten kan vormgeven rondom executieve functies.

Het enige nadeel aan het boek vind ik de kaft, deze nodigt niet uit tot het willen lezen van het boek. Dat vind ik wel jammer, misschien iets om aan te passen voor een volgende druk?

Het boek kun je hier kopen. Ik wil uitgeverij CPS bedanken voor het opsturen van dit recensie exemplaar.

 

Zoek iemand die – spellingscategorieën

zoek iemand die...

De werkvorm zoek iemand die zet ik vaak in als startactiviteit. De kinderen gaan op zoek naar iemand die het antwoord weet op één van de opdrachten, in dit geval een woord maken die past bij de spellingscategorie die gevraagd wordt per vakje.

zoek iemand die...

 

 

 

 

Hoe start je met de activiteit?

1. Iedereen krijgt een blad van ‘zoek iemand die’ en neemt zijn schrijfpotlood
2. Op het teken van mij mogen de kinderen starten en zoeken ze naar een medeleerling.
3. Gevonden? Geef een high five en vraag of ze een woord kunnen bedenken uit één vakje.
4. Ze schrijven bij elkaar elk een woord op, controleren en nemen afscheid. Ze gaan op zoek naar naar een volgende leerling.
5. Wanneer alle hokjes vol zijn, gaan ze zitten op hun plek en kunnen ze verder met de opdracht op de achterkant.
6. Erna kan kort klassikaal de werkvorm worden besproken.

Download hier zoek-iemand-die-spellingscategorieen. Veel plezier!