Articles

Begin van de lente

Nu het wat mooier weer wordt krijg ik steeds meer de lentekriebels, en de kinderen ook!

Om de voorkennis rondom het thema lente bij de kinderen op te halen heb ik de volgende werkvorm bedacht. Namelijk de bloem. Met sinterklaas heb ik deze werkvorm al eens gedeeld in de vorm van een ster.

Elk kind krijgt een stukje van de bloem (een blaadje). Elke bloem bestaat uit 5 stukjes. Zorg ervoor dat je de bloemen op verschillende kleuren afdrukt, zodat er groepjes gemaakt kunnen worden. De kinderen met rode blaadjes zijn een groepje, de kinderen met gele blaadjes zijn een groepje etc. Wanneer muziek klinkt zoeken de kinderen bij welk groepje ze horen. Laat de kinderen voor zichzelf in het blaadje tekenen wat ze al weten van de lente. Na een aantal minuten mogen de kinderen het d.m.v. rondpraat uitwisselen met elkaar. De blaadjes samen worden als een bloem opgeplakt op een vel.

Schrijf tijdens het tekenen iets bij de blaadjes, zodat wanneer ze zijn opgeplakt als bloem jij er weer nieuwe ideeën uit kunt halen. Als er bijvoorbeeld veel kinderen jonge dieren hebben getekend kun je een kringactiviteit bedenken rondom deze jonge dieren. Zo bereid je het onderwerp lente samen met de kinderen uit.

Ook is het leuk om na deze werkvorm de vraag te stellen: ‘Wat wil je leren over de lente?’ Hier kun jij als leerkracht dan ook weer op inspelen tijdens andere activiteiten.

Download bij Voorkennis.lente de bloem.

Muziek activiteiten met instrumenten

Drie activiteiten die met muziek instrumenten uitgevoerd kunnen worden. Leuk om tijdens de periode voor carnaval te doen, maar dit kan natuurlijk ook tijdens een muziekles.

Uitbeelden van instrumenten

In de kring beelden de kinderen om te beurt een muziekinstrument uit door te doen alsof ze erop spelen. De anderen proberen te raden welk instrument er uitgebeeld wordt. (Als dit nog erg moeilijk is kun je ervoor kiezen om het geluid van het instrument erbij te laten horen.)

Een riedeltje van instrumenten

In de kring zitten alle kinderen. Een aantal kinderen krijgen een instrument. Om de beurt benoemen de kinderen het instrument en laten ze horen hoe het instrument klinkt. Dan gaat een kind buiten de kring staan met de rug naar de kring toe. De juf/meester wijst de kinderen om de beurt aan, het kind dat aangewezen wordt speelt op zijn/haar instrument. Als het hele ‘riedeltje van instrumenten’ is geweest, moet het kind dat buiten de kring stond proberen om aan te wijzen hoe het ‘riedeltje’ ging. De instrumenten worden doorgegeven aan andere kinderen en het spel start opnieuw.

Een instrument ontbreekt… maar welke?

In de kring zitten alle kinderen. Een aantal kinderen krijgen een instrument. Om de beurt benoemen de kinderen het instrument en laten ze horen hoe het instrument klinkt. Dan gaat een kind buiten de kring staan met de rug naar de kring toe. Het kind mag alleen luisteren en niks zien. Alle kinderen met een instrument bespelen tegelijk het instrument. Bij het stopteken van de juf/meester stoppen de kinderen met spelen. Het kind dat buiten de kring staat weet nu hoe het klinkt als er op alle instrumenten gespeeld wordt. Dan wijst de juf/meester een kind aan dat het instrument niet meer mag bespelen. Alle kinderen spelen weer op hun instrument behalve dat ene kind. Bij het stopteken van de juf/meerster stoppen de kinderen met spelen. Het kind buiten de kring moet raden welk instrument er ontbrak. De instrumenten worden doorgegeven aan andere kinderen en het spel start opnieuw.

 

 

Samen creatief: door te luisteren naar elkaar!

Deze creatieve opdracht kan alleen worden uitgevoerd als de kinderen goed naar elkaar luisteren. Om dit op een spelende manier de kinderen duidelijk te maken kun je de kinderen het volgende versje met bewegingen aanleren:

Hoedje op je hoofd, (kinderen maken met hun handen de vorm van een hoedje)
handen in je zij, (kinderen leggen hun handen in hun zij)
kijk en luister nu naar mij. (kinderen kijken naar degene die praat)

De volgende oefening kun je ook met de kinderen doen. Deze oefening is heel simpel: de kinderen gaan naar de dingen luisteren wanneer jezelf stil bent. De kinderen doe hun ogen dicht en luisteren naar wat ze horen. Dit doe je ongeveer één minuutje, de kinderen vertellen dan in tweetallen of klassikaal wat ze gehoord hebben.

Na deze twee oefeningen gaan de kinderen in groepjes van 4 kinderen aan de slag. Ze krijgen per groepje één groot vel en verschillende kleuren stiften, potloden of wasco’s. Moet jezelf kijken wat je wilt, je kunt ook elk groepje ander materiaal geven. Om de beurt mag een kind de baas zijn van het groepje. De baas zegt tegen de kinderen wat ze moeten tekenen, het is hierbij dus heel belangrijk dat de kinderen goed naar de baas luisteren. De baas kan bijvoorbeeld de volgende opdracht geven: ‘Jan, ik wil dat jij een huis tekent met heel veel ramen. Als Jan klaar is mag Sophie naast het huis de auto tekenen en Thomas tekent de bomen aan de andere kant van het huis.’ Na een minuutje geef je het stopteken en wisselt de taak van de baas naar een ander kind, ook als de baas nog niet helemaal klaar is (geef dit van te voren aan). De tekening wordt in 4 beurten steeds meer uitgebreid, waardoor op het einde een heel groot groepskunstwerk ontstaat.

Aan het einde van deze verschillende activiteiten kun je samen met de kinderen evalueren op het proces (‘Wat vond je leuker, de luisteraar zijn of de baas?’ ‘Hoe ging het luisteren?’ ‘Wat vond je moeilijk aan de opdrachten?’ ‘Wat vond je makkelijk aan de opdrachten?’ ‘Wat kan de volgende keer beter?’) en natuurlijk kun je de verschillende eind producten ook vergelijken met elkaar.

Als je deze opdracht in de klas gaat uitvoeren, laat dan even een berichtje achter over het eindresultaat!