Articles

Broekzak rekenen – keersommen

broekzak rekenen

Sommige leerlingen blijven moeite hebben met het uit het hoofd leren van bepaalde keersommen.
Een leuke manier om de moeilijkste keersommen uit het hoofd te leren is: broekzak rekenen.

broekzak rekenen

Wanneer een leerling bijvoorbeeld de tafels van 7×8 moeilijk vindt krijgt hij een kaartje met een 7, een kaartje met een 8 en een kaartje met 56. In totaal dus drie kaartjes. De 7 komt in de linker voorzak, de 8 in de rechter voorzak en 56 in de achterzak. Wanneer een leerling dan bijvoorbeeld vraagt of hij naar de wc mag, moet hij eerst zijn broekzak som zeggen. Hij slaat links op de 7, rechts op de 8 en zegt als uitkomst de 56. Wanneer hij de uitkomst of de som niet weer mag hij natuurlijk in zijn broekzak(ken) kijken.

Zo wordt spelenderwijs en door te bewegen de som geoefend. Wanneer deze som is gekend, mag de leerling een nieuwe som in zijn broekzak stoppen.

Thema: wie heeft er op mijn kop gepoept?

poep6

Waarschijnlijk ken je het boek: ‘wie heeft er op mijn kop gepoept?’ wel. Hier heb ik samen met de kleuters 1,5 week rond gewerkt. De kleuters hebben het erg naar hun zin gehad, de verschillende activiteiten wil ik graag met jullie delen. Ik heb de activiteiten onderverdeeld in: startactiviteit, vervolg activiteiten, knutselactiviteiten en hoekenwerk.

Startactiviteit:
Er ligt een poepje in de klas, van wie zou dit poepje kunnen zijn? Kleuters laten raden waarvan zij denken dat dit poepje is. Dan horen ze een mol momperen, hij heeft precies hetzelfde poepje op zijn hoofd. Juf schiet te hulp, zij kent namelijk een boek waar dit poepje ook in voor komt. Het boek wordt voorgelezen en het raadsel van het poepje wordt ontdekt!

Vervolg activiteiten:
- De dieren uit het boek bespreken, hoe zien ze er uit? Waar leven ze? Wat eten de dieren? Zijn het huisdieren? Hoe zien hun poepjes eruit? De dieren worden herkent, benoemt en vergeleken met elkaar.
- De verschillende poepjes liggen in de kring, dat is een vies gezicht. De poepjes moeten worden opgeruimd. Steeds als de kleuters hun ogen dicht doen verdwijnt er een poepje, welk poepje is weg?
- De verschillende poepjes maken verschillende geluiden. (duif: plets, paard: plof, plof, plof, konijn: ratatata, geit: plokkeplok, koe: flatsssss, varken: flots) De kleuters proberen deze geluiden na te doen met hun stem en met instrumentjes. Ze experimenteren eerst en erna kunnen de verschillende poepjes in volgorde worden nagebootst.
- Het verhaal heeft een groot probleem, mol wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept. De juf geeft samen met de kleuters het verhaal weer door middel van de pictogrammen: wie, wat, waar, probleem, oplossing, zie hier voor de pictogrammen en meer uitleg rond deze werkvorm.

poep3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Er worden verschillende poepjes getoond in het verhaal, de poepjes hebben allemaal verschillende klanken en vormen. Wij gaan de vormen namaken, door middel van ‘geschreven’ taal, poep koek, met behulp van ontbijtkoek en water. De kleuters maken verschillende vormen en klanken, kunnen ze de P van de poep ook maken?
- De hond van de slager, Bullebak kan in verschillende vormen poepen. Deze vormen zijn: cirkel, vierkant, rechthoek en driehoek. Deze vormen hangen op in de speelzaal. De juf benoemt de vormen en maakt groepjes. Elk groepje moet met hun eigen lichaam de vorm van Bullebak namaken. Als iedereen de vormen heeft nagemaakt, kiest juf een vorm uit en laat deze aan een groepje zien. De andere kleuters zien de vorm niet, zij moeten raden welke vorm het groepje uitbeelden.

poep4

 

 

 

 

 

 

Knutselactiviteiten:
- Maken van een molletje, met behulp van een flesje van 33 cl. Op het molletje komt ook een kakje, deze wordt gemaakt met zoutdeeg.

poep6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- Onder de grond graaft het molletje gangen, op een groot A3 blad wordt de grond eerst met waterverf bruin geschilderd, daarna volgen de gangetjes met bruine repen papier en ten slotte wordt het molletje er d.m.v. een vouwopdracht erbij geplakt. Een kleuter had zelfs bedacht dat er baby molletjes in een nestje zaten en heeft er kleintjes met papier bij geplakt, zie foto.

poep5

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoekenwerk:
- Drolletjes kleien
- Memory: dier + kakjes
- Bewegingshoek: kleuters gooien met de dobbelsteen met afbeeldingen. Hierop staan de kakjes van Bullebak in een vorm afgebeeld. De kleuters maken de vorm met zijn tweeën na met hun eigen lichaam.

poep2

 

 

 

 

 

 

 

 

- Bouwhoek: gangetjes onder de grond namaken met grote blokken.

Mocht je zelf nog aanvullingen hebben dan hoor ik deze natuurlijk graag, deel ze in de reacties hieronder!

 

Beweging thema Sinterklaas

Startopdracht: ‘De piet zegt …’
Er zijn 4 kleurplaten met: de sint, zwarte piet, het paard en de zak. De kleurplaten hangen overal een keer in het lokaal op. De kinderen moeten steeds luisteren naar welke kleurplaat ze moeten lopen. Als ze er zijn staan ze stil en luisteren ze naar welke kleurplaat ze dan moeten lopen. Dit kun je ook afwisselen met huppelen, hinkelen, sluipen etc. Van kleurplaat naar kleurplaat moet heel snel gebeuren, zodat de kinderen gericht moeten luisteren naar de aanwijzingen. Het is ook een leuk idee om ervoor te zeggen: ‘de piet zegt…’ als dit zinnetje er niet voor komt mogen de kinderen niet veranderen van plek en anders wel.

zwartepiet

 

 

 

 

 

 

 

 

Kern 1: ‘Trage Sint en snelle Piet’
De kinderen staan op een rij naast elkaar. De leerkracht laat de kleurplaat van de zwarte piet zien. De leerkracht vertelt dat pieten heel snel kunnen rennen. Ook laat de leerkracht een kleurplaat van de Sint zien. De Sint is al wat ouder en die loopt heel traag. De kinderen moeten nu naar de overkant gaan en zien aan welke kleurplaat er in de lucht wordt gehouden hoe ze dit moeten doen. De kleurplaten kunnen ook wisselen tijdens het naar de overkant lopen.

Kern 2: ‘Schoorsteen pieten’
Er liggen hoepels (de schoorstenen) klaar in een afwisselende rij (zigzaggend) De kinderen springen van ‘schoorsteen’ naar ‘schoorsteen’. Eerst op 2 benen, dan op 1 been, dan op je hurken.

Afsluiting: ‘Hoofdpiet regelt het wel!’
De leerkracht vertelt dat de zwarte pieten ook wel eens deugnieten zijn. Ze proberen de hoofdpiet wel te foppen door niet te luisteren. Daarom moet hoofdpiet alle zwarte pieten kunnen tikken zodat ze weer naar hem luisteren. Wie getikt is is weer een brave piet en gaat netjes op de bank zitten.

 

Mix koppel bij het structureerwoord bos

De kinderen in groep 3 vinden het vaak fijn om in beweging te zijn. Om de kinderen tijdens de veilig leren lezen les even rond te laten lopen gebruik ik soms de werkvorm mix en koppel.

 

 

 

 

 

 

Elk kind krijgt een kaartje. Je hebt kaartjes met woorden waar letters ontbreken en kaartjes met het gehele woord. De kinderen lopen wanneer er muziek klinkt door de klas en proberen wanneer de muziek stopt het kaartje te zoeken die bij elkaar horen. Op een kaartjes staat bijv. ‘bo _’ hierbij hoort het kaartje ‘bos’. Ze vormen dus duo’s.

Na afloop kun je de woorden op het bord allemaal nog eens opschrijven en door de kinderen hardop laten lezen of in tweetallen.

Ik heb kaartjes gemaakt voor 22 kinderen. Je kunt ze hier downloaden.