Articles

Meer / minder stippen

Bij deze activiteit moeten de kinderen de begrippen meer/minder kunnen toepassen. Ze vergelijken hoeveelheden en geven elkaar opdrachten met meer/minder door te zeggen: ‘Teken jij er een twee meer.’ 

Hoe gaat deze activiteit in zijn werk?

- Ieder kind heeft een strook met daarop 5 paddenstoelen. In de eerste paddenstoel zijn 2 stippen getekend.
- Om de beurt geven de kinderen in tweetallen elkaar de opdracht om … meer of … minder stippen te tekenen in de volgende paddenstoel.
- Na iedere opdracht wordt niet alleen de beurt, maar ook de strook doorgegeven. (hier kun je voor kiezen, maar in het begin hoeft dit niet meteen.)
- Als alle paddenstoelen van stippen voorzien zijn kunnen de kinderen in tweetallen hun paddenstoelen gaan vergelijken met elkaar. (Dit is een coöperatieve werkvorm die de naam TweeVergelijk heeft. Uitleg hierover kun je hier lezen.)

Twee rekenideeën / Melanie van Deenen

Stickergrafiek

Om de kinderen te helpen om getallen inzichtelijk te maken en schematisch weer te geven kun je gebruik maken van ‘de Stickergrafiek’.

Op het voorbeeld op de foto is te zien hoeveel kinderen 4 jaar zijn en hoeveel kinderen 5 jaar zijn. Ieder kind krijgt een stickertje en mag die opplakken bij zijn of haar leeftijd. Op die manier ontstaat er een vrolijke grafiek waarop het verschil goed is af te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rekendruppels

Deze rekendruppels kunnen gebruikt worden voor een leuke coöperatieve werkvorm tijdens een rekenles. Een manier om te gebruiken is om elk kind een druppel te geven. Op de voorzijde staat het cijferteken, op de achterzijde staat het aantal stippen dat correspondeert met het cijfer op de voorzijde. In groep 1 heb ik deze druppels gebruikt t/m 10, in groep 2 t/m 20.

Een manier om de druppels te gebruiken is als volgt: kind 1 houdt het cijferbeeld tegen zich aan, zodat kind 2 het niet kan zien. Kind 2 kan alleen het aantal stippen zien. Kind 2 telt de stippen, vervolgens controleren kind 1 en 2 of het antwoord klopt.

Mijn lievelingsspeelgoed

Leg allemaal kaartjes van verschillende soorten speelgoed door elkaar in de kring. Klik hier voor de speelgoed kaartjes. Natuurlijk kun je ook echt speelgoed in de kring leggen. Geef elk kind een houten blokje, laat de blokjes door de helpende handjes uitdelen.

Laat de kinderen naar de kaartjes kijken. Elk kind kiest zelf het speelgoed uit waar hij of zij graag mee speelt. Tegenlijkertijd leggen de kinderen de blokjes bij het kaartje waar zijn of haar lievelingsspeelgoed op staat.

Als alle blokjes op de goede plek liggen kun je samen met de kinderen kijken wat er veel gekozen is en wat weinig. Je kunt de blokjes tellen, op volgorde leggen van minst naar meest en er misschien een grafiek van maken op het digibord.

Hierna kan een kind uitbeelden waar hij of zij graag mee speelt. De andere kinderen raden welk speelgoed wordt uitgebeeld. Als het geraden is beelden alle kinderen op dezelfde manier het speelgoed uit. Hierna is een ander kind aan de beurt.

Wanneer een aantal kinderen aan de beurt zijn geweest kun je de volgende vragen over speelgoed stellen aan de kinderen:
- Waarmee speel je graag als je met zijn meer kinderen samen speelt?
- Wat gebeurt er als je tegelijk met bijv. de pop in de huishoek wilt spelen en dit niet gaat? Hoe los je dit op?
- Welk speelgoed zou je nog meer in de klas willen? En waarom?

Laat de vragen niet klassikaal beantwoorden, maar door bijvoorbeeld de coöperatieve werkvorm: mix tweetal gesprek in te zetten. Duidelijke uitleg van verschillende coöperatieve werkvormen kun je hier vinden. Opvallende gesprekken kun je achteraf kort bespreken in de kring.

 

 

 

Sprongen van …

Een korte oefening om mee te beginnen vooraf aan een rekenles is een coöperatieve werkvorm met sprongen. Elk groepje krijgt een stapeltje kaartjes met cijfers. Deze cijfers volgen elkaar niet direct op, maar er zit wel een logisch volgorde in de cijfers. De cijfers volgen zich namelijk op in sprongen.

Elk groepje moet proberen om deze cijfers in goede volgorde achter elkaar te leggen en zelf te ontdekken welke sprong het cijfer steeds maakt. Door de oefening krijgen de kinderen steeds meer zich op de volgorde van de cijfers en dit is een mooie tussenstap naar het leren van de tafels.

Zelf gebruik ik deze oefenvorm bij de sprongen van 2, 3, 4, 5 en 10 in groep 4.  Vooraf wijs ik een groepsleider aan, ook vertel ik aan de kinderen hoelang ze de tijd hebben om deze oefening te doen. Kinderen kunnen aangeven dat ze klaar zijn door hun hand in de lucht te steken. De groepsleider mag dan de volgorde van de getallen opnoemen, kinderen uit de klas kunnen de sprong aangeven. De verschillende sprongen lijnen van de groepjes prik ik op het prikbord in de klas. De kinderen hebben hier steun aan tijdens het verwerken van de opdrachten uit het boek die volgen gedurende de les.

 

De tafel een keer anders

In mijn LIO groep 4 zijn natuurlijk het leren van de tafels heel belangrijk. Ik weet nog van vroeger dat ik het stampen van de tafels niet altijd even leuk vond. Natuurlijk is dit nodig, maar ik ben door wat zoekwerk erachter gekomen dat er nog veel meer manieren zijn om tafels te oefenen. Een manier hiervan is het spel: de tafel een keer anders.

De tafel een keer anders is een kaartenset om de tafel van 2t/m 9 te oefenen. Inzichten vanuit meervoudige intelligentie en coöperatief leren laten zien dat er veel meer manieren van leren zijn. Daar sluiten deze opdrachtenkaarten goed bij aan. Kinderen krijgen door te doen inzicht in de tafels 2t/m 9. Ze proberen bij de opdrachtenkaarten het gebruik van zo’n tafel te herkennen in hun dagelijkse leefwereld.

Elke tafelkaart heeft een voorkant en een achterkant. Op de voorkant gaat het om de uitleg van een activiteit die veelal in een tweetal kan worden uitgevoerd. Op de achterkant is geprobeerd om een link te leggen naar de dagelijkse werkelijkheid. De meeste plaatjes liggen voor de hand, maar sommige plaatjes zijn moeilijker. Dit is met opzet gedaan, om kinderen te laten raden en op onderzoek uit te laten gaan.

De tafel van 2 wordt bijvoorbeeld door middel van pindanootjes geoefend. Een opdracht hierbij is om een aantal nootjes uit de zak te halen en te raden hoeveel pindanootjes er op tafel liggen. Dit is het sommetje: aantal pinda’s x 2. Op de achterkant staan foto’s van bijvoorbeeld een getrouwd stel, een paar sokken, 2 handen en een tweeling. Dit zijn situaties waarin de tafel van 2 zit.

De kinderen kunnen er zelfstandig mee aan de slag en is genoeg differentiatie in het spel. Door dit spel te spelen wil je kinderen meer inzicht en plezier laten beleven in het werken met tafelsommen.

Door zelf een poster te maken met foto’s van de dagelijkse werkelijkheid, maak je de tafel voor veel kinderen concreter. Kinderen kunnen aan deze foto’s terug denken wanneer ze beginnen met het stampen van de tafels. Het kan dus gebruikt worden als een soort geheugensteuntje. Zie hieronder een poster van de tafel van 4.
De kinderen kunnen deze poster uitbreiden. Je kunt kinderen natuurlijk ook helemaal zelf een poster laten bedenken wanneer je aan een nieuw tafeltje begint.

Dit spel kun je bestellen via : 
www.onderwijsmaakjesamen.nl is sowieso een hele leuke site, waar ik vaak ideeën vandaan haal. Zeker een kijkje waard!
Gebruik jij nog andere manieren om tafeltjes aan te bieden?