Articles

Meer / minder stippen

Bij deze activiteit moeten de kinderen de begrippen meer/minder kunnen toepassen. Ze vergelijken hoeveelheden en geven elkaar opdrachten met meer/minder door te zeggen: ‘Teken jij er een twee meer.’ 

Hoe gaat deze activiteit in zijn werk?

- Ieder kind heeft een strook met daarop 5 paddenstoelen. In de eerste paddenstoel zijn 2 stippen getekend.
- Om de beurt geven de kinderen in tweetallen elkaar de opdracht om … meer of … minder stippen te tekenen in de volgende paddenstoel.
- Na iedere opdracht wordt niet alleen de beurt, maar ook de strook doorgegeven. (hier kun je voor kiezen, maar in het begin hoeft dit niet meteen.)
- Als alle paddenstoelen van stippen voorzien zijn kunnen de kinderen in tweetallen hun paddenstoelen gaan vergelijken met elkaar. (Dit is een coöperatieve werkvorm die de naam TweeVergelijk heeft. Uitleg hierover kun je hier lezen.)

Binnen-buitenkring geschiedenis

Via twitter meldde ik dat ik een binnen-buitenkring ging doen bij geschiedenis. Hierop kreeg ik veel leuke reacties, daarom dat ik er nu over schrijf.

De kinderen uit groep 4 zijn bekend met de binnen-buitenkring. Na het maken van de binnen-buitenkring heb ik de kinderen de opdracht gegeven om met z’n tweeën verschillen aan te geven tussen schepen van vroeger en schepen van nu. Ons thema ging namelijk over de VOC schepen en met deze les hebben wij dit thema afgesloten. De kinderen wisten dus wel al veel van het thema af. Wanneer ze beide een verschil hadden gegeven en hierover gepraat hadden moesten ze de hand in de lucht doen, zodat ik kon zien wie er al klaar was.

De opstart van de binnen-buitenkring ging moeilijk, al weten de kinderen wel wat de bedoeling is van een binnen-buitenkring. Zo vonden sommige kinderen geen maatje, hingen andere kinderen op de tafel en duurde het erg lang voordat ik kon beginnen met mijn uitleg. Een volgende keer moet ik dus nogmaals de regels herhalen en kinderen die niet normaal mee kunnen doen, laten kijken naar hoe het wel moet. Achteraf heb ik wel aan een aantal kinderen gevraagd welke verschillen ze gehoord hadden van hun maatje. Ik heb hieruit kunnen concluderen dat de kinderen de opdracht, ondanks de moeilijk start, toch goed volbracht hebben.

Een volgende keer wil ik weer een andere coöperatieve werkvorm uitproberen. Heeft iemand nog een leuk idee?

Binnen-buitenkring en rekenen

Een actieve manier om een rekenles mee te beginnen is om gebruik te maken van een binnen-buitenkring. Vooraf krijgen de kinderen een klein blaadje, hierop schrijven ze een getal tussen de 0 en de 10. Om het gemakkelijker voor de kinderen te maken kun je er voor kiezen om getallen tussen de 0 en de 5 op te laten schrijven.

Je maakt met de kinderen een binnen-buitenkring. Elk kind krijgt dus een oogmaatje.

De maatjes laten aan elkaar het getal zien wat ze hebben opgeschreven en maken hiervan een keersom. Een leerling heeft bijvoorbeeld het getal 5 en de andere leerling heeft het getal 2. Van deze twee getallen maken ze de keersom: 2×5. Samen rekenen ze deze som uit, wanneer ze denken het goede antwoord te hebben gegeven steken ze een hand in de lucht. Zo zie je als juf of meester wie er al klaar is. De binnen of buitenkring kan dan een aantal plekken doorschuiven, zo krijg je weer nieuwe maatjes en dus nieuwe keersommen.

Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om andere soorten sommen te oefenen met deze werkvorm.

Tip: weet je niet precies hoe een binnen-buitenkring of andere coöperatieve werkvormen werken kijk dan eens op: http://cooperatievewerkvomen.blogspot.com

Coöperatieve werkvorm rekenen: waar of niet waar?

Aan het begin van een rekenles is het belangrijk te beginnen met een aantal verschillende automatiseringsoefeningen. Een leuke coöperatieve automatiseringsoefening is:

Waar of niet waar?

Elk kind krijgt een kaartje waar een som op staat. Ze rekenen de som uit en bekijken of de uitkomst wel of niet klopt met wat er op het kaartje staat. Sommige sommen zijn namelijk wel waar en andere zijn niet waar. Hierna lopen de kinderen door de klas met hun kaartje, wanneer ze een klapsignaal van mij horen zoeken ze een maatje en vertellen ze aan elkaar of het kaartje waar of niet waar is. Ze moeten hierbij een goede uitleg geven. Na deze uitleg en het uitwisselen van beide gedachtes wisselen ze van kaartje. Ze wachten op het klapsignaal en lopen weer verder door het lokaal. Bij weer een klapsignaal zoeken ze een ander maatje en bekijken ze opnieuw de beide kaartjes.

De kaartjes die ik voor groep 4 gemaakt heb komen uit blok 7 van pluspunt. Eigenlijk is het een opdracht die de kinderen individueel uit het boek moeten maken, maar door deze opdracht ben ik op deze zelfbedachte coöperatieve werkvorm gekomen. De werkvorm is een beetje afgeleid van de bekende werkvorm: zoek de valse. Klik op de volgende link om kaartjes te downloaden coop.werkv.waar of niet waar