Articles

Beweging thema Sinterklaas

Startopdracht: ‘De piet zegt …’
Er zijn 4 kleurplaten met: de sint, zwarte piet, het paard en de zak. De kleurplaten hangen overal een keer in het lokaal op. De kinderen moeten steeds luisteren naar welke kleurplaat ze moeten lopen. Als ze er zijn staan ze stil en luisteren ze naar welke kleurplaat ze dan moeten lopen. Dit kun je ook afwisselen met huppelen, hinkelen, sluipen etc. Van kleurplaat naar kleurplaat moet heel snel gebeuren, zodat de kinderen gericht moeten luisteren naar de aanwijzingen. Het is ook een leuk idee om ervoor te zeggen: ‘de piet zegt…’ als dit zinnetje er niet voor komt mogen de kinderen niet veranderen van plek en anders wel.

zwartepiet

 

 

 

 

 

 

 

 

Kern 1: ‘Trage Sint en snelle Piet’
De kinderen staan op een rij naast elkaar. De leerkracht laat de kleurplaat van de zwarte piet zien. De leerkracht vertelt dat pieten heel snel kunnen rennen. Ook laat de leerkracht een kleurplaat van de Sint zien. De Sint is al wat ouder en die loopt heel traag. De kinderen moeten nu naar de overkant gaan en zien aan welke kleurplaat er in de lucht wordt gehouden hoe ze dit moeten doen. De kleurplaten kunnen ook wisselen tijdens het naar de overkant lopen.

Kern 2: ‘Schoorsteen pieten’
Er liggen hoepels (de schoorstenen) klaar in een afwisselende rij (zigzaggend) De kinderen springen van ‘schoorsteen’ naar ‘schoorsteen’. Eerst op 2 benen, dan op 1 been, dan op je hurken.

Afsluiting: ‘Hoofdpiet regelt het wel!’
De leerkracht vertelt dat de zwarte pieten ook wel eens deugnieten zijn. Ze proberen de hoofdpiet wel te foppen door niet te luisteren. Daarom moet hoofdpiet alle zwarte pieten kunnen tikken zodat ze weer naar hem luisteren. Wie getikt is is weer een brave piet en gaat netjes op de bank zitten.

 

Bewegingsactiviteiten – Herfst

Regenplassen – In de gymzaal liggen allemaal hoepels, dit zijn regenplassen. De kinderen rennen door de gymzaal, ze mogen niet door de regenplassen gaan. Ik sla op een woodblock, wanneer ik stop met slaan moeten de kinderen als een standbeeld blijven staan op de plek waar ze dan zijn. Dit herhaal ik een paar keer, hierbij verander ik rennen in huppelen etc.

Regenplas tikkertje – In de gymzaal liggen nog steeds hoepels, de regenplassen. Je mag nog steeds onder het rennen niet door een hoepel gaan. Alleen als je getikt bent moet je in een hoepel stappen, je haalt de hoepel over je hoofd en dan ben je weer vrij en kun je weer mee doen met de rest van de groep.

Regen hoepeldans – Elk kind pakt een hoepel uit de gymzaal. De kinderen maken hiervan een grote kring. Als alles klaar staat zet ik de muziek aan en gaan de kinderen rondom de hoepels rennen. Ondertussen haal ik een aantal hoepels weg, wanneer de muziek stopt hebben een aantal kinderen geen hoepel, deze kinderen kunnen even niet meer mee doen en gaan op de lijn zitten.

Regenwormen – Een grote regenworm heeft honger, er zijn ook allemaal kleinen regenworm. Wanneer de grote regenworm een kleine regenworm tikt met zijn lijf is de kleine regenworm af . De kleine regenworm gaat op de lijn staan. Wanneer er 3 kleine regenwormen op de lijn staan, mag de eerste regenworm weer terug in het spel.