Articles

Meer minder stippen

Om de kinderen op een spelende manier kennis te laten maken met de begrippen meer en minder kun je ervoor kiezen om een paddestoel te gebruiken. Op deze paddestoel (van karton) leg je een aantal stippen (van wit karton). De kinderen tellen het aantal stippen. Jij zegt dan: ‘Ik wil dat de paddestoel 1 stip minder krijgt.’

Na een aantal oefeningen in de kring geef je de kinderen een werkblad. Op de voorkant moeten op de paddestoelen steeds 1 stip meer worden getekend (aangegeven met een egel) en op de achterkant moeten steeds 1 stip minder worden getekend (aangegeven met de eekhoorn). Om het werkblad te downloaden klik je hier

Bron paddestoelen: www.jufjanneke.nl

 

Bewegingsactiviteiten – Herfst

Regenplassen – In de gymzaal liggen allemaal hoepels, dit zijn regenplassen. De kinderen rennen door de gymzaal, ze mogen niet door de regenplassen gaan. Ik sla op een woodblock, wanneer ik stop met slaan moeten de kinderen als een standbeeld blijven staan op de plek waar ze dan zijn. Dit herhaal ik een paar keer, hierbij verander ik rennen in huppelen etc.

Regenplas tikkertje – In de gymzaal liggen nog steeds hoepels, de regenplassen. Je mag nog steeds onder het rennen niet door een hoepel gaan. Alleen als je getikt bent moet je in een hoepel stappen, je haalt de hoepel over je hoofd en dan ben je weer vrij en kun je weer mee doen met de rest van de groep.

Regen hoepeldans – Elk kind pakt een hoepel uit de gymzaal. De kinderen maken hiervan een grote kring. Als alles klaar staat zet ik de muziek aan en gaan de kinderen rondom de hoepels rennen. Ondertussen haal ik een aantal hoepels weg, wanneer de muziek stopt hebben een aantal kinderen geen hoepel, deze kinderen kunnen even niet meer mee doen en gaan op de lijn zitten.

Regenwormen – Een grote regenworm heeft honger, er zijn ook allemaal kleinen regenworm. Wanneer de grote regenworm een kleine regenworm tikt met zijn lijf is de kleine regenworm af . De kleine regenworm gaat op de lijn staan. Wanneer er 3 kleine regenwormen op de lijn staan, mag de eerste regenworm weer terug in het spel.

 

 

Herfstkleuren

In de herfst zie je allerlei verschillende kleuren in de natuur. Kinderen zien dit ook en daarom is het misschien eens leuk om bij de verschillende kleuren stil te staan. Neem een aantal verschillende kleuren bladeren mee en leg deze in de kring. Geen een blad mag hetzelfde zijn. Vraag aan de kinderen wat er volgens hun opvallend is. Praat hierover met de kinderen.

Pak dan een groot vel waar je een kale boom op getekend hebt, plak de verschillende kleuren blaadjes op de boom en schrijf de kleur erbij.

Om de kinderen na de laten denken over de kleuren kun je de kinderen bij een kleur iets laten tekenen. Ze vullen de volgende zinnen met een eigen tekening in. Om ze een idee te geven over welke kleur het gaat staat bij elke zin een afbeelding als voorbeeld.

Download hier het werkblad in PDF formaat.

Meervoudige intelligentie indianen / Suzan Aussems

Het eerste lesidee van een vierdejaars PABO student, Suzan Aussems.


Suzan volgt nu ook de minor Digicoach en is druk bezig met het ontwikkelen van een digi kleuter website. Neem hier gerust een kijkje op!

http://kleuter-fl-ow.jouwweb.nl/

Het lesidee van Suzan gaat over meervoudige intelligentie. De MI heeft Suzan gekoppeld aan indianen. Hieronder volgt een uitleg van de les. Deze les is bedoeld voor de onderbouw.

Inleiding
- Verhaal indianennamen vertellen
Verkleed je als indiaan en vertel een verhaal. Bij indianen is het namelijk zo dat je het kind vernoemt naar iets waar hij goed in is. Vertel over je eigen naam, waarom je zo heet. Benoem ook de indianennamen van je familie leden en waarom zij zo heetten. De namen die je hierin gebruikt zijn dezelfde namen die bij de meervoudige intelligenties horen.

Kern
- Uitleg indianennamen

Kies nu 4 indianennamen om aan de kinderen uit te leggen. Deze indianennamen kun je koppelen aan de intelligenties van de meervoudige intelligentie cirkel.

1. Ben je goed in sporten, kan je hard rennen en goed klimmen en klauteren? Dan heet je; Snelle tijger. (lichaamslim)
2. Ben je goed in puzzelen en werken? Lees je graag? Dan heet je; Slimme vos.(beeldslim)
3. Heb je heel veel vrienden en speel je graag samen? Kun je goed samen delen? Dan heet je; Mooi Hert. (mensenslim)
4. Speel je graag in de bossen en met dieren? En ben je graag buiten? Dan heet je; Dappere slang.(natuurslim)
5. Houd je van zingen en dansen? Maak je graag muziek? Dan heet je; Zingende vogel. (muziekslim)

Deze namen leg je uit d.m.v. plaatjes van deze indianen (zie bijlage). Leg ze in het midden van de kring en leg ze uit en laat ze zien aan de kinderen. Vertel erbij waarom deze indianen zo heten. En koppel hierbij ook terug naar het verhaal.

Vertel de kinderen dat mensen allerlei verschillende talenten hebben. De een is meer beeldslim, de ander is juist meer lichaamslim. Dat maakt ons allemaal uniek en bijzonder. Alle kinderen zijn verschillend. Dat is niet goed of fout.
Leg ze ook uit dat ze elkaars talenten kunnen gebruiken. Als iemand goed is in sporten, en ik kan het niet zo goed. Dan kan het ene kind me bijvoorbeeld helpen op het klimrek.

Slot
- Collage maken

Nu kiezen de kinderen een definitieve indianennaam. Leg op elk groepje een groot wit a3-vel. In het midden staat een plaatje van de indianennaam met de kleur van de meervoudige intelligentie cirkel.

De kinderen kiezen zelf welke naam ze willen.

De kinderen met dezelfde indianennamen gaan bij elkaar zitten aan de tafels.

Samen maken ze een collage met tekeningen over hun indianennaam op een wit a4-papier.

Ze krijgen hiervoor kleurpotloden en wasco. Ze tekenen erop wat ze goed kunnen.

Meervoudige intelligentie indianen klik hier voor de afbeeldingen van de indianen en voor de uitleg in een word bestand.

Bedankt Suzan voor dit super leuke idee!
Welke vervangers of PABO student volgt er met een nieuw lesidee? Mail naar info@digifemke.nl

 

Mijn lievelingsspeelgoed

Leg allemaal kaartjes van verschillende soorten speelgoed door elkaar in de kring. Klik hier voor de speelgoed kaartjes. Natuurlijk kun je ook echt speelgoed in de kring leggen. Geef elk kind een houten blokje, laat de blokjes door de helpende handjes uitdelen.

Laat de kinderen naar de kaartjes kijken. Elk kind kiest zelf het speelgoed uit waar hij of zij graag mee speelt. Tegenlijkertijd leggen de kinderen de blokjes bij het kaartje waar zijn of haar lievelingsspeelgoed op staat.

Als alle blokjes op de goede plek liggen kun je samen met de kinderen kijken wat er veel gekozen is en wat weinig. Je kunt de blokjes tellen, op volgorde leggen van minst naar meest en er misschien een grafiek van maken op het digibord.

Hierna kan een kind uitbeelden waar hij of zij graag mee speelt. De andere kinderen raden welk speelgoed wordt uitgebeeld. Als het geraden is beelden alle kinderen op dezelfde manier het speelgoed uit. Hierna is een ander kind aan de beurt.

Wanneer een aantal kinderen aan de beurt zijn geweest kun je de volgende vragen over speelgoed stellen aan de kinderen:
- Waarmee speel je graag als je met zijn meer kinderen samen speelt?
- Wat gebeurt er als je tegelijk met bijv. de pop in de huishoek wilt spelen en dit niet gaat? Hoe los je dit op?
- Welk speelgoed zou je nog meer in de klas willen? En waarom?

Laat de vragen niet klassikaal beantwoorden, maar door bijvoorbeeld de coöperatieve werkvorm: mix tweetal gesprek in te zetten. Duidelijke uitleg van verschillende coöperatieve werkvormen kun je hier vinden. Opvallende gesprekken kun je achteraf kort bespreken in de kring.