Articles

Vogels in de lente

De lente komt er weer aan en dus is het tijd om activiteiten hierbij te bedenken. Aanstaande dinsdag hebben wij op school een MI-middag.  Tijdens deze middag wordt er rondom het thema: ‘ Maart roert zijn staart’ gewerkt. Een breed thema waar je veel kanten mee uit kunt. Elke leerkracht bedenkt een activiteit rondom een of meerdere meervoudige intelligenties. De activiteit moet voor alle leerlingen van groep 1 t/m 8 uit te voeren zijn. Samenwerken is belangrijk binnen de activiteiten.

Zelf heb ik gekozen voor het subthema: ‘Vogels in de lente.’ Eerst gaan de kinderen samen bekijken wat ze over de vogels in de lente weten, door de werkvorm zoek iemand die jou iets kan vertellen over de lente uit te voeren. Kort wordt het dan in een woordweb bij elkaar opgeschreven of getekend.

Schermafbeelding 2014-02-22 om 13.33.30

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Download hier het woordweb: Vogels in de lente.zoek iemand die

Hierna bekijken we de activiteit die we gaan doen en welke intelligenties deze activiteit aanspreekt. Eerst in tweetallen en uiteindelijk worden de belangrijkste punten samen besproken.

Dan gaan wij een vogelhuisje/voederhuisje maken van een melkpak. De kinderen krijgen allemaal een melkpak en mogen die met stukjes vliegerpapier gaan versieren. Uiteindelijk worden er stickers en lintjes aan gemaakt om het geheel af te maken. In het melkpak komen allerlei vogelzaadjes. Zo helpen wij de vogels aan het begin van de lente om aan eten te komen.

107a0130acb017db176f0d337edeb5b0

 

 

 

 

 

 

 

 

Meervoudige intelligentie kleuters

Een idee om bij de kleuters i.p.v. het zonnetje van de week met complimentjes te doen is, om dit te doen met de verschillende meervoudige intelligenties.

In het midden komt de MI barbapapa te staan waar het kind zich het meeste bij thuis voelt en hier komt dan een foto van het kind op. Rondom de barbapapa worden alle 7 de MI’s besproken met de kinderen in de kring.

De MI’s zijn:

Verbaal-linguïstisch (woordslim): gevoelig voor taal, goed in spreken/luisteren/lezen, functioneel taalgebruik, goed in grammatica.

Muzikaal-ritmisch (muziekslim): gevoelig voor geluid, toonhoogte en ritmevast, koppeling van emotie en geluid, goed geheugen voor muziek.

Intrapersoonlijk (zelfslim): zelfkennis, nadenken over eigen handelen, aanpassingsvermogen, persoonlijk ontwikkelen.

Interpersoonlijk (mensenslim): begrijpen van anderen, gevoelig voor stemming van anderen, in staat anderen te motiveren, sterk vermogen tot empathie.

Lichamelijk-kinesthetisch (beweegslim): sterk besef van eigen lichaam, sterke motorische beheersing, behoefte aan beweging, leren door te doen.

Visueel-ruimtelijk (beeldslim): goed geheugen voor beelden, leren door te kijken, sterk ontwikkeld topografisch gevoel, goed in staat emoties en ervaringen te visualiseren.

Logisch-Mathematisch (denkslim): logisch nadenken, abstractie, onderzoekend, motivatie om de fysieke wereld te verklaren.

Naturalistisch-ecologisch (natuurslim): belangstelling voor de natuur, observatie en herkenning, verzamelen en ordenen, omgang met planten en dieren.

(bron: http://www.leraar24.nl/dossier/15)

Daarna mogen de kinderen bij elke intelligentie een tekening maken. De juf of meester verdeelt de intelligenties over de kinderen, zodat de kinderen ook weten wat ze moeten tekenen.

Hierbij een voorbeeld:

- Mensenslim: Yesse kan goed samenwerken
- Beeldslim: Yesse kan goed tekenen
- Denkslim: Yesse kan goed nadenken
- Woordslim: Yesse kan goed woordje maken!
- Beweegslim: Yesse kan goed rennen
- Zelfslim: Yesse is mooi
- Natuurslim: Yesse houdt van apen