Articles

Niemand is zo gelijk als ik / Suzan Aussems

Dit ben ik (zelfportret)
Doel: verkennen van je eigen en elkaars kwaliteiten.

De opdracht
De kinderen maken een zelfportret. Hierbij maken ze de helft van hun eigen gezicht en de helft van het gezicht van een kind uit de klas. Ze kiezen een kind waarvan zij vinden dat hij iets goed kan.
Bij het portrettekenen moet gelet worden op een aantal punten:
-Heel dun tekenen, beetje schetsen (voordoen) makkelijker als je iets uit moet gummen
- Ook de hulplijntjes heel dun tekenen, want die moet je wel uitgummen
- We zijn voorzichtig met de spiegels, want die zijn geleend en moeten dus terug. Dus zorg dat ze niet stuk raken.
- Je tekent op het hele blad, je mag het hele blad gebruiken. Dus niet een klein gezichtje gaan tekenen op zo’n groot blad.

Volgorde van tekenen:
1. De vorm van het gezicht
2. Hulplijntjes tekenen
3. De ogen
4. De neus
5. De mond
6. De oren
7. De haren
8. Hals en/of stukje van trui

Woorden erbij schrijven
Dan schrijven de kinderen bij beide helften kwaliteiten.
Bij hun eigen helft schrijven ze kwaliteiten van zichzelf, iets wat zij zelf goed kunnen.
Bij de helft van de ander schrijven ze kwaliteiten van de ander. Wat kan de anders goed?

Reflectie:
De reflectie hierbij is erg belangrijk. Je bespreekt met de kinderen wie ze hebben getekend en wat ze erbij hebben geschreven. Wat vinden ze goed aan hun zelf? En wat aan de ander? Kun je misschien iets van elkaar leren? Etc.

Aan het kind die getekend is vraag je ook wat het met hen doet als ze hun kwaliteiten horen.

 

Helpende handjes portretten

Om de helpende handjes oftewel de hulpjes te kiezen en zichtbaar te maken kun je het volgende idee gebruiken.

Laat de kinderen aan het begin van het jaar zichzelf tekenen met wasco. Ga over de wasco met een kleur ecoline. Plak de blaadjes op een gekleurd vel, bijvoorbeeld blauw voor de jongens en rood voor de meisjes. Lamineer alle helpende handjes portretten, voor langdurig gebruik.

Aan het begin van de dag kies je in de kring de helpende handjes, een meisje en een jongen.
Maak hiervoor drie bakjes:
- een voor de jongens;
- een voor de meisjes;
- een voor de kinderen die al aan de beurt zijn geweest. Zo weet je precies welke kinderen nog aan de beurt moeten komen.

Hang de helpende handjes op een zichtbare plek in het lokaal op, zo zien de kinderen precies welke hulpjes er die dag zijn.

Helpende handjes:
- Poetsen de tafels na het eten
- Delen materialen uit
- Zitten in de kring naast jou
- Lopen voorop in de rij
- Krijgen misschien wel extra complimentjes aan het einde van de dag
- Bedenk zelf nog maar leuke extra taakjes voor de hulpjes…!