Articles

Vergelijken met pepernoten

Een leuke rekenactiviteit met kleuters is om te vergelijken met pepernoten.
Eerst een aantal in de activiteiten in de grote kring en erna een begeleide activiteit met een klein groepje.

Gebruik voor de kringactiviteit 4 bakjes en pepernoten. 1 bakje in een kleur en de andere 3 bakjes in een andere kleur.

 

bakje1
bakje2
bakje2bakje2

 

Verdeel een aantal pepernoten over de bakjes. Laat de kinderen de pepernoten per bakje tellen. (Leg er de getallen bij.) Stel vragen als:
- In welk bakje liggen evenveel pepernoten als in het rode bakje?
- In welk bakje liggen minder pepernoten als in het rode bakje?
- In welk bakje liggen meer pepernoten als in het rode bakje?

Ga hierna over naar de schematische fase. Gebruik hiervoor een bakje en een whiteboard. Doe een aantal pepernoten in het bakje. Laat dit weer tellen. Schematiseer de pepernoten op het bord door evenveel rondjes te tekenen. Vraag aan de kinderen hoeveel pepernoten je moet tekenen als je er een meer of minder moet tekenen. Laat dit duidelijk op het bord zien met verschillende kleuren.

Deze opdrachten worden nogmaals herhaald in het volgende werkblad: Vergelijken.sinterklaas. Dit kun je doen met een klein groepje, zodat je dit groepje intensief kunt begeleiden.

Schermafbeelding 2014-11-26 om 19.53.07

Vergelijken: gezond en ongezond

De twee weken voor kerst hebben wij bij de kleuters gewerkt rondom het thema restaurant. Het onderwerp gezond en ongezond eten kun je dan ook behandelen.

Ik heb een soort van vergelijkingsstrook gemaakt (alleen geen overeenkomsten in het midden). Aan de ene kant moeten de kleuters het gezonde eten plakken en aan de andere kant het ongezonde eten. Dit kan in tweetallen worden gedaan, zodat de kinderen elkaar kunnen helpen en erover kunnen praten. Als het eten is opgeplakt, kunnen de kinderen zelf ook nog gezond en ongezond eten erbij tekenen.

Download vergelijkgezondongezond voor de vergelijkingsstrook en het gezond en ongezond eten.

De woordkast

Als je woorden aanbiedt die tegengesteld zijn aan elkaar, zoals ‘dag-nacht’ kun je de woorden al tegenover elkaar zetten in de structuur van een kast. Maar ook niet tegengestelde woorden kunnen in een kast staan, omdat er veel ruimte is de specifieke kenmerken van een woord op te sommen.
(Bron: Met woorden in de weer, Dirkje van den Nulft & Marianne Verhallen)

Deze woordkast gebruik ik zelf tijdens de herfst. Ik zet aan de ene kant van de kast de dieren die wel een winterslaap houden en aan de andere kant de dieren die geen winterslaap houden. Deze dieren houden vaak wel een winterrust. De woordkast verrijk ik door ook plaatjes van de dieren erbij te plakken. De lege woordkast, de winterslaap woordkast en dieren kun je hier downloaden.

Een woordtrap kun je van de onderbouw t/m de bovenbouw gebruiken. Het is weer een andere manier om aan de slag te gaan met de woordenschat. Vorige week kon je namelijk al over de woordparachute lezen.