Articles

Getalbeelden en cijferkaartjes

Met deze tellen en getalbeelden kaartjes in het thema van de dokter kun je allerlei verschillende activiteiten doen in de kring of in kleine groepjes.

Schermafbeelding 2015-02-04 om 17.57.35Schermafbeelding 2015-02-04 om 17.57.44

 

 

 

 

 

 

 


Een aantal van deze activiteiten zijn:

- Kaartjes met cijfers op de goede volgorde laten leggen
- Getalbeelden eronder laten leggen
- 2 kaartjes weg halen, welke zijn er weg?
- Elke kleuter een kaartje geven, de kaartjes met het cijfer en het getalbeeld vormen een koppel. (Kunnen het zelf controleren, doordat er op de achterkant dezelfde symbolen staan als ze een goed koppel zijn).
- Kleuters op volgorde laten staan van 1 naar 12
- Een meer / een minder
- Memorie spelen

 

Honderdtallen tientallen en eenheden

Dit is een korte opdracht om aan het begin van een rekenles mee te starten. Elk tweetal krijgt een kaartje:

 

 

 

 

 

De grote blokken zijn 100 waard, de kleinere 10 en de hele klein 1. In het vakje met de stippellijn schrijven de kinderen het getal op wat bij de kaartje hoort, in dit geval: 100+40+6= 146. Alle kaartjes van de tweetallen kunnen achteraf ook nog op volgorde worden gezet van klein naar groot.Door deze oefening te doen, herhaal je de begrippen honderdtallen, tientallen en eenheden.

Je kunt de kaartjes ook lamineren en als extra werk laten maken.

Download hier de kaartjes. Je kunt er zelf nog veel meer bedenken.

 

Sprongen van …

Een korte oefening om mee te beginnen vooraf aan een rekenles is een coöperatieve werkvorm met sprongen. Elk groepje krijgt een stapeltje kaartjes met cijfers. Deze cijfers volgen elkaar niet direct op, maar er zit wel een logisch volgorde in de cijfers. De cijfers volgen zich namelijk op in sprongen.

Elk groepje moet proberen om deze cijfers in goede volgorde achter elkaar te leggen en zelf te ontdekken welke sprong het cijfer steeds maakt. Door de oefening krijgen de kinderen steeds meer zich op de volgorde van de cijfers en dit is een mooie tussenstap naar het leren van de tafels.

Zelf gebruik ik deze oefenvorm bij de sprongen van 2, 3, 4, 5 en 10 in groep 4.  Vooraf wijs ik een groepsleider aan, ook vertel ik aan de kinderen hoelang ze de tijd hebben om deze oefening te doen. Kinderen kunnen aangeven dat ze klaar zijn door hun hand in de lucht te steken. De groepsleider mag dan de volgorde van de getallen opnoemen, kinderen uit de klas kunnen de sprong aangeven. De verschillende sprongen lijnen van de groepjes prik ik op het prikbord in de klas. De kinderen hebben hier steun aan tijdens het verwerken van de opdrachten uit het boek die volgen gedurende de les.